< >
 
Volg grutto's Over Kening fan 'e Greide
 
 

Over de

Toekomst van het weidelandschap

Wat vertelt de Grutto ons
 
 

Verslag mini-symposium ‘Onderweg naar natuurinclusieve landbouw’

Nieuws  • 2 juni 2016   
 
 
 
 

Op naar gereedschapskist voor natuurinclusieve landbouw

“Een belangrijke dag voor de veehouderij. En een perfecte afsluiting van deze dag”, opende Johannes Kramer donderdag 26 mei het mini-symposium ‘Onderweg naar natuurinclusieve landbouw’. De gedeputeerde was de eerste spreker in de Leeuwarder Kanselarij en sprak eerder die dag tijdens de opening van de vernieuwde ‘proeftuin’ voor veehouderij en zuivelsector; de Dairy Campus aan de rand van de Friese hoofdstad.

“Natuurinclusieve landbouw is een geladen en beladen begrip. Maar in feite bestaat er geen natuurexclusief boerenbedrijf. Iedere boer werkt immers met de natuur, maar de één met meer oog voor biodiversiteit dan de ander”, aldus Kramer, die wel merkt dat biodiversiteit een steeds belangrijkere rol speelt in de keuzes van consumenten. Een goede ontwikkeling waarop in Fryslân volop wordt geanticipeerd aldus de gedeputeerde die onder meer Het Boerengilde aanhaalde. Kramer stelt dat vooral de boer gesteund moet worden om biodiversiteit in de landbouw te stimuleren. De ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen hebben daarbij prioriteit.

Een student uit de zaal vindt de stelling dat alle landbouw in essentie natuurinclusief is, te vrijblijvend: “Wat is nu de definitie van natuurinclusieve landbouw?” Inderdaad, er zijn kaders nodig, vult een agrariër aan. Ook ecologisch onderzoeker Eddy Wymenga meent dat natuurinclusieve landbouw geen containerbegrip moet worden en dat we ons af moeten vragen hoeveel ecologische kwaliteit we willen, om op basis daarvan criteria op te stellen.

De basis voor een gezondere, meer natuurlijke landbouw is de bodem. Dat stelt zowel Wymenga als directeur van het Louis Bolk Instituut Jan Willem Erisman: “Als de bodem niet gezond is, is de voedselketen dat ook niet.” Een gezonde bodem vraagt volgens Erisman om gevarieerde vegetatie (niet één soort gras + ruimte voor bloemen en kruiden) en het beter benutten van de kracht van de natuur. “Door de drang naar productie is er afgelopen decennia een kwetsbaar, statisch controlemodel ontstaan. Een systeem waarin variatie zoveel mogelijk wordt uitgeschakeld.”

“Boeren zijn gemotiveerd”

Dit in plaats van dynamisch evenwicht waarin biodiversiteit de basis is; het systeem waar we naartoe moeten én kunnen, aldus Erisman. “Ik denk dat de meeste boeren intrinsiek gemotiveerd zijn het huidige systeem te doorbreken. Belangrijk, want een systeem komt alleen van de grond als ook de boer het wil.” Maar als belangrijkste schakel voor verandering ziet Erisman op dit moment de ketenpartners: zuivelverwerkers, distributeurs, groothandelaren en retail. Daarnaast zijn in de hele omgeving van een boerenbedrijf (van grasleveranciers tot banken) processen en businessmodellen nog ingericht op basis van productievergroting. Die stimuleren het huidige statische controlemodel en hebben een belangrijke rol om het systeem te kantelen naar een meer veerkrachtig kwalitatief model.

Genoeg opties voor verdienmodellen

Net als Kramer, zien Erisman en Wymenga de noodzaak van nieuwe ‘biodiverse verdienmodellen’ voor boeren. Daarvoor zijn genoeg mogelijkheden denken ze. Aan de basis ligt een hogere prijs voor producten (melk, vlees), samenwerking op gebiedsniveau en een sterkere focus op kwalitatieve productie en optimalisatie, in plaats van maximalisatie. Voor neveninkomsten is volgens Wymenga ook de ontwikkeling van nieuwe diensten en producten interessant. Als voorbeeld noemt hij boomhuthotels in het land van de boer, een concept waarnaar nu onderzoek gedaan wordt in de Fryske Walden. Verder wijst Wymenga op kansen voor gebiedsspecifieke teelten. Een voorbeeld is de productie van lisdodde als basis voor laminaatvloeren.

“Over 10 jaar moet biodiversiteit volledig geïntegreerd zijn in de boerenbedrijfsvoering. Er wordt al veel gedaan om dat voor elkaar te krijgen, maar nog niet voldoende”, zegt afsluitende spreker Gerard Michels, als wetenschapper verbonden aan de Wageningen Universiteit en de Dairy Campus. “We moeten de kennis van voorlopers beter inzetten om de achterblijvende meute mee te krijgen.” Ook het belonen van goed gedrag (via biodiversiteitslabels en prijsprikkels) ziet Michels als effectief middel.

Niet kaderloos, ook geen statische norm

Waar de deskundigen het over eens zijn is dat het concept natuurinclusieve landbouw niet kaderloos, noch een statische norm moet zijn. Het is duidelijk dat we letterlijk onderweg zijn naar een sterkere, op natuur gebaseerde landbouw en dat de definitie daarvan via bijeenkomsten als deze stap voor stap zal volgen. De zoektocht wordt mede gefaciliteerd door provincie Fryslan, die het Living Lab ondersteunt. Opnieuw een Kening fan ’e Greide spin-off.

Gereedschapskist

Natuurinclusief kunnen boeren hangt sterk af van variabelen als bedrijfssysteem en omgevingskenmerken (coulissen, open, weidevogels, etc.). Met het Living Lab-proces gaan we bouwen aan een gereedschapskist met gereedschap dat gebiedsspecifiek kan worden ingezet voor natuurinclusieve landbouw. Suggesties?